The Island
HOLLAND


October 2-November 25, 1944

Nederlands en English (scroll down)

Easy Company was net als elke andere eenheid binnen de Amerikaanse luchtlandingsdivisies getraind als een lichte infanterie eenheid met de nadruk op snelle verplaatsingen, gewaagde manoeuvres en lichte bewapening. Op die wijze was Easy ingezet in Normandië en tijdens de eerste 10 dagen in Nederland. Echter vanaf begin oktober tot bijna eind november werd Easy betrokken in een loopgravenoorlog die meer deed denken aan de eerste wereldoorlog dan aan de tweede.

Het gebied waarin werd gevochten was een 5 kilometer breed "eiland" tussen de Nederrijn in het noorden en de Waal in het zuiden. Arnhem en Nijmegen markeerden de oostgrens en de kleinere plaatsen Opheusden en Dodewaard de westgrens. De Duitsers hadden het gebied benoorden de Nederrijn en het gebied ten westen van de lijn Opheusden-Dodewaard in handen.

Het eiland was een vlak landbouwgebied onder de zeespiegel. Dijken waren 7 meter hoog en breed genoeg aan de bovenkant voor tweebaans wegen. De dijkvoet was 70 tot 100 meter breed. Door het gebied liepen talrijke sloten. Ten noorden van de Nederrijn was een heuvelachtig gebied waardoor de Duitsers een duidelijk voordeel hadden met hun artillerie. Zij hadden kennelijk ongelimiteerde hoeveelheden munitie, in ieder geval genoeg om individuele personen met hun 88 mm geschut te bestoken (het Duitse industriële hart lag slechts 50 kilometer stroomopwaarts van de Nederrijn). Alle bewegingen in het eiland vonden 's nachts plaats; overdag bleven de mannen in hun schuttersputten, observatieposten, huizen en schuren.Het herfstweer was in noordwest Europa - zoals gebruikelijk - koud, vochtig en regenachtig. Het leek op een film over de eerste wereldoorlog.

Op het eiland waren hele regimenten Engelse artillerie ter ondersteuning van de 101st. Dat betekende dat de gevechten op het eiland artillerie duels waren waarbij de hoofdrol van de infanterie bestond uit het terug drijven van aanvallende Duitse grondtroepen en waarneming voor de artillerie. Elke nacht werden patrouilles uitgezet om te verkennen en contact met de vijand te houden. Maar voor het overgrote deel zaten de mannen van Easy en andere compagnieën daar maar en lieten het over zich heen gaan zoals hun vaders in 1918. De onmogelijkheid om iets aan de artillerie te kunnen doen maakte de frustraties alleen maar erger.

Maar het was natuurlijk niet 1918. Op het eiland zagen de mannen voor het eerst straalvliegtuigen in actie. Zij zagen de uitlaatdampen van de V-2's, de eerste middellange afstands ballistische raketten op hun weg naar Londen. Toch, zoals gold voor soldaten van het westelijk front in 1914-17, vochten zij zonder tankondersteuning ; tanks waren té opvallend op het eiland.

Door de rantsoenen kreeg Easy nog meer het gevoel in een film over de eerste wereldoorlog te zitten dan in een echt gevecht in 1944. De compagnie kreeg de rantsoenen van de Engelsen en die waren vreselijk. De Engelse "14-in-1" rantsoenen houden volgens korporaal Gordon je wél in leven, maar zijn slecht voor het moreel. Ingeblikt vlees en zware Yorkshire pudding werden met name gehaat, evenals de ossenstaartsoep die werd omschreven als "vet met drijvende stukken been". De meeste mannen gooiden alles van zo'n rantsoen in één grote pot, deden daar groenten in of wat zij ook aan etenswaar van het land konden vinden en brouwden daar een soort stamppot van.

Easy Company, like all units in the American airborne divisions, had been trained as a light infantry assault outfit, with the emphasis on quick movement, daring maneuvers, and small arms fire. It had been utilized in that way in Normandy and during the first ten days in Holland. From the beginning of October until almost the end of November 1944, however, it would be involved in static, trench warfare, more reminiscent of World War I than World War II.

The area in which it fought was a 5-kilometer-wide "island" that lay between the Lower Rhine on the north and the Waal River on the south. The cities of Arnhem, on the Lower Rhine, and Nijmegen, on the Waal, marked the eastern limit of the 101st's lines; the small towns of Opheusden on the Lower Rhine and Dodewaard on the Waal were the western limit. The Germans held the territory north of the Lower Rhine and west of the Opheusden-Dodewaard line.

The Island was a flat agricultural area, below sea level. Dikes that were 7 meters high and wide enough at the top for two-lane roads held back the flood waters. The sides of the dikes were sometimes steep, more often sloping so gradually as to make the dikes 200 or even 300 feet wide at the base. Crisscrossing the area were innumerable drainage ditches. Hills rose on the north side of the Lower Rhine, giving the Germans a distinct advantage in artillery spotting. They had apparently unlimited ammunition (the German industrial heartland was only 50 kilometers or so up the Rhine River), enough at any rate to enable them to fire 88s at single individuals caught out in the open. All movement on the Island was by night; during daylight hours, men stayed in their foxholes, observation posts, or houses and barns. The fall weather in northwest Europe was, as usual, miserable: cold, humid, rainy, a fit setting for a World War I movie.

There were whole regiments of British artillery on the Island, firing in support of the 101st. This meant that Island battles were artillery duels in which the main role of the infantry was to be prepared to hurl back any assault by the German ground troops and to serve as forward artillery observers. Patrols went out every night, to scout and to maintain contact with the enemy. For the most part, however, Easy and the other companies in the 101st sat there and took it, just as their fathers had done in 1918. A man's inability to do anything about the artillery fire added to the widespread, overwhelming feeling of frustration.

But of course it was not 1918. On the Island, the men of Easy first saw jet airplanes in action. They watched vapors from the V-2s, the world's first medium-range ballistic missile, as they passed overhead on the way to London. Still, as had been true of soldiers on the Western Front in 1914-17, they fought without tank support, as a tank was much too conspicuous a target on the Island.

The rations added to the sense that Easy was in a World War I movie rather than a real 1944 battle. The company drew its rations from the British, and they were awful. The British 14-in-1s, according to Corporal Gordon, "will support life, but not morale." Bully beef and heavy Yorkshire pudding were particularly hated, as was the oxtail soup, characterized as "grease with bones floating in it." Most men took to throwing everything in the 14-in-1s into a single large pot, adding whatever vegetables they could scrounge from the countryside, and making a sort of stew out of it.

Het landgoed "Schoonderlogt" was tijdens de gevechten in het eiland het hoofdkwartier van kolonel Robert ("Bob") Strayer.

Schoonderlogt was the HQ of Col. Robert Strayer during the period the regiment was fighting in The Island.

De ingang van het linker deel en het raam van de zolderkamer waar Dick Winters zijn "kantoor" deelde met Lewis Nixon.

The entrance of the left part of the house and the window of the attic, where Dick Winters shared his "office" with Lewis Nixon.

De jonge familie Hamoen is de huidige eigenaar van Schoonderlogt en vertelden ons dat zij de historische waarde van het huis zeker zullen respecteren in de restauratie.

The young Hamoen family is the present owner of Schoonderlogt. They are planning to restore the house with respect to the historical value.

L>R : Nails, Alex, Johnny, Tommy, Attacko (geknield/kneeling), Big John, Froggy, Doc.
De honden zijn van de familie Hamoen/ The dogs belong to the Hamoen family.

Onder de boog van de toegangspoort werd destijds deze bekende foto gemaakt van Dick Winters. Johnny op dezelfde plek. Een treffende gelijkenis. Johnny is een van onze gekwalificeerde parachutisten en heeft in 2001 tijdens D-Day een sprong gemaakt uit een Dakota!

A striking resemblance! Johnny under the same arch as Dick Winters in 1944. Johnny is one of our qualified jumpers (18 jumps up to now). In 2001 he jumped from a Dakota on D-Day at St. Mère Église!

It's a pity HBO didn't pick him out for the Dick Winters part in BOB.